utopie?

Over onze Dodge Ram 350 zwerfwagen,
Een dorstig karretje.

Tijdens de zomer van 1996 kochten we een tweedehands Dodge busje met een automatische versnellingsbak, dat voorheen ingericht was voor het vervoer van gehandicapte personen. Daartoe was het voertuig reeds uitgerust met een verhoogde dakconstructie en een achteraan geplaatste lift, langs de binnenzijde, van wat vroeger de passagiersruimte was. De wagen werd aangepast met gas (ring) en remhendel aan het stuur.  

Nu restte ons alleen nog de inrichting van het kampeergedeelte. De ruimte die we binnenin hadden was ongeveer 4m op 1.70m, zuinig zijn was dus de boodschap.
Er werden heel wat grondplannetjes getekend, en er belandden heel wat papierproppen in de prullenmand. Uiteindelijk bleek een grondplan met een centrale gang van ongeveer 80 cm breed die vertrok van de lift en helemaal tot aan de bestuurderszetel liep de beste oplossing.
Er werd een draaipunt voorzien achter de voorste stoelen, hier is tevens een dubbele deur waarlangs de tweepoters binnen en buiten kunnen gaan. Tegenover de zijdeur is een kleine zithoek die overdag niet meer dan 55 cm breed is, maar die 's avonds kan verbreed worden tot een dubbel bed van 135cm x 195 cm. Boven de zithoek is een klapbed van 80 cm x 195 cm, dat gedurende de dag of tijdens het rijden schuin tegen het plafond weg geklapt wordt. Boven de voorste zetels is er een kinderbed van 80 cm x 150 cm gemaakt dat eveneens schuin omhoog klapt om de doorgang en de hoofdruimte tijdens het rijden vrij te houden.
Koken gebeurt op een tweepits gasfornuis ingebouwd in het keukenmeubel dat eveneens beschikt over een spoelbak. De tank voor het water is 15 L klein en zit in het keukenmeubel.

Hier vindt ook de gasvoorraad (5L camping gas) een plaatsje. Verder is er zelfs nog plaats voor enkele potten en pannen. Kopjes en tassen zijn gelogeerd boven het aanrecht in een kleine ondiepe kast.

Net voorbij de keuken, tussen de lift en de zijwand vonden wij een goede plaats voor het chemisch toilet ( op rolstoelhoogte) en een halfopen bergkastje, waarvan een extra stevig gemaakte uitsnijding voor een legsel dienst doet als transfersteun. Klein, maar bruikbaar. De sanitaire ruimte wordt afgeschermd door een gordijn. Rechtover de sanitaire hoek, aan de andere zijde van de lift werd een ruime kleerkast voorzien, met leg- en hangmogelijkheid. Tussen de zithoek en de kleerkast zagen we de mogelijkheid om een compressorkoelkast van zowat 45 liter te plaatsen, die ervoor zorgt dat de natjes en droogjes koel blijven.
De tank voor afvalwater zit onder de wagen en is 16 liter klein. Een luifel die op één, twee, drie uit- of ingedraaid is laat ons genieten van een beetje schaduw op zonnige dagen.
Het ombouwen tot kampeerwagen werd gedaan door de firma Emmelcamper uit Dessel, aan de hand van het door ons afgeleverde plannetje. Zij namen dus de technische problemen voor hun rekening, en ze slaagden er in om van het geheel een ruim ogende camper te maken.

Nadelen aan deze configuratie zijn er uiteraard, 's morgens en 's avonds moet er gewerkt worden om de zithoek om te vormen tot bed of omgekeerd. 
Door de beperkte capaciteit van de extra batterij heeft de koelkast een autonomie van ongeveer 30 uren. 
Verder is er nog het benzineverbruik van onze V8 motor die heel wat brandstof nodig heeft om zijn paardjes te laten hollen. Elke tankbeurt is een regelrechte aanslag op onze geldbeugel.


 

 

Copyright Dany Aendenboom, 2002